Een ‘jazzy’ eerbetoon aan Frederic Chopin.
De avond stond in het teken van de improvisatie (Latijn: onvoorzien) in de muziek, een kunst en kunde die steeds meer verloren raakt…
We luisterden naar:
In de Middeleeuwen kende men het contrapunctus alla mente, waarbij over een vaste stem (cantus firmus) twee- tot driestemmig werd geïmproviseerd.
A Magyar Zene 1000 jaar Magyar Gregoriánum, een Hongaarse opname. Regina Caeli Laetare, Sanctus en Gauzelm Faidit; “Szenvedek, mint rab király”
In de barok bestond er de improvisatietraditie van de basso continuo, waarbij de akkoorden vaststonden, maar de exacte speelwijze aan de fantasie van de speler(s) werd overgelaten.
Bach on recorder, Heiko ter Schegget (fluit), Zvi Meniker (clavecimbel)
Fuga uit Suite in D klein, BWV 997
Bach Concert voor fluit, strijkorkest, basso continuo in G klein, met Jean Pierre Rampal – fluit en Ars Rediviva Praag, dirigent Milan Munclinger
Later ontstaat de zogeheten Cadenza, een geimprovisserde of uitgeschreven ornament/versiering – vaak vrij in tempo en tamelijk virtuoos… Oorspronkelijk alleen toegepast in zang (aria’s). Vandaag de dag is de gemiddelde klassiek geschoolde muzikant niet meer in staat te improviseren omdat daaraan in de muziekopleidingen in het algemeen geen aandacht wordt besteed.
Mozart Pianoconcert nr. 20 in D klein KV 466 (Inspireerde Beethoven tot het schrijven van nieuwe cadenza’s) Allegro Assai. Derek Han, Philharmonia Orchestra, Paul Freeman
In streken waar opleiding, of het spelen van bladmuziek, minder een rol speelt is ‘versiering’, improvisatie nog steeds heel gangbaar.
Le Takht Tunesien en de strijkers van het Metropool Orkest, Oud improvisatie (Kamel Ferjani) en Suite de Chansons Tunesiennes.
Versieringen in de (westerse) zang:
Donizetti, Lucia di Lammermoor, “Quando, rapido in Estasi” Maria Callas – Herbert von Karajan (opname uit 1955)
Chopin – eindelijk! daar is-ie dan… – bouwde diverse muzikale vormen verder uit zoals de ballade en het scherzo en was verantwoordelijk voor diverse innovaties in vormen als de pianosonate, wals, nocturne, etude, prelude en impromptu. Een impromptu (in promptu: ‘voor de vuist, als improvisatie, of inval) is een muziekwerk dat improvisatorische elementen bevat en vaak een vrije vorm heeft, maar ook veel als driedelige liedvorm (ABA- of AAB- of ABC- vorm) voorkomt. Een impromptu is meestal geschreven voor de piano en gebaseerd op een muzikaal idee dat in de compositie nader uitgewerkt wordt. De vorm stamt uit de romantische periode, waarin componisten op zoek gingen naar nieuwe en meer persoonlijke uitdrukkingsvormen.
Chopin, Impromptu 3 (opus 51) uitgevoerd door Daniel Wayenberg
Chopin, Mazurka op. 59 no. 3 Uitgevord door Ivo Pogorelic (Een mazurka is een dans in driekwartsmaat met een extra nadruk op de tweede tel, in tegenstelling tot een wals).
Chopin, Nocturne no. 2 (opus 9), uitgevoerd door Jacques Loussier (Bijdrage GJ van Lonkhuijzen)
Bach, Goldberg variaties uitgevoerd door de Amerikaanse jazzpianist John Lewis, samen met zijn vrouw Mirjana. “The Chess Game”. Eerst speelt Mirjana het origineel op clavecimbel en daarna speelt John hetzelfde met variaties op piano. Het is oorspronkelijk in 1987 op LP verschenen en later op CD overgezet. (Bijdrage Frieda Reiziger)
Bach en Rumi – Davod Azad, Iraanse zang (gedicht van Rumi) op muziek van Bach (Englische Suite)
Bach: Allegro en Mi en Vivaldi: Aria: Roger Bourdin, fluit – begeleid door kerkorgel (A. de Froberville en Gérard Pierrot) en bas (Alphonse Masselier)